Archief voor september 2010

DDD

donderdag, 30 september 2010

De Drie Dwaze Dagen zijn begonnen in Den Haag. In de politiek, maar daar ga ik het maar niet over hebben, daar worden we nu al lang genoeg mee vermoeid. Nee, de DDD van de Bijenkorf. En daarvoor al het Prijzencircus bij V&D. Ik mijd deze winkels altijd met liefde, zeker tijdens dit soort ‘evenementen’, maar Veere wilde graag de stad in. Ook zij houdt niet van winkels en winkelen, maar ze wilde snot kopen. Ze is vandaag voor de vierde keer aan nieuwe buisjes geholpen, dus ik had haar beloofd dat we er daarna een beetje een feestdag van zouden maken. Zo’n narcose en niet mogen eten en drinken zijn immers alles behalve feest, dus dat moest daarna een beetje gecompenseerd worden. Snot (in onze tijd heette dat Silly Putty) moest het dus worden en ze wilde zelf de kleur uitkiezen. Geel. De kleur die sowieso door de hele stad te zien was aangezien de Bijenkorf-tasjes tijdens deze 3 dagen dezelfde kleur hebben. Ik heb het al eens eerder geschreven geloof ik; hoezo recessie?? Vreselijk die mensenmassa in een winkel en daarbuiten; het hele straatbeeld kleurde geel. Bij Bart Smit was het lekker rustig en ze hadden snot in alle kleuren van de regenboog. Geel is uiteraard de meest ‘natuurlijke’ kleur. Als je in de buurt van Tsjernobyl woont dan, want ik ben er van overtuigd dat het spul licht geeft in het donker. Veere lichtte er ook door op, dus het was het waard om ons toch even in de stad te wagen. En nu hopelijk nooit meer nieuwe buisjes.

Te mooi om waar te zijn

maandag, 27 september 2010

Zijn naam was Fleming en hij was een arme Schotse boer. Op een dag hoorde de boer hulpgeroep uit een moeras. De boer rende er op af en trof in het moeras een doodsbange jongen aan, die inmiddels tot zijn middel in de blubber was weggezakt. Boer Fleming wist de jongen met een touw heelhuids uit het moeras te trekken en hem zo voor een waarschijnlijke dood te redden. De volgende dag klopte een deftig uitziende heer aan bij de boerderij van Fleming. Hij stelde zich voor als de vader van de jongen die de boer gered had. “Ik wil je een beloning geven”, zei de man. “Je hebt het leven van mijn zoon gered.” “Sorry, maar ik wil geen geld hebben”, antwoordde de boer. “U zou hetzelfde gedaan hebben.” Op dat moment kwam de zoon van de boer bij de deur staan. “Is dat jouw zoon?”, vroeg de deftige edelman. “Dan heb ik een goed voorstel. Laat mij het onderwijs van jouw zoon betalen. Ik zal ervoor zorgen dat hij hetzelfde onderwijs onderwijs krijgt, als mijn eigen zoon. Hij zal zonder twijfel opgroeien tot een man waar we allebei trots op kunnen zijn.” Aldus geschiedde. De zoon van boer Fleming kreeg onderwijs op de beste scholen en studeerde af aan de St. Mary’s Hospital Medical School in London. Later werd hij wereldwijd bekend als Sir Alexander Fleming, de ontdekker van penicilline. Jaren later werd de zoon van de edelman getroffen door longontsteking. Raad eens wat hem het leven redde? Penicilline. Wat was de naam van de edelman? Lord Randolph Churchill. Wat was de naam van zijn zoon? Sir Winston Churchill.
Ik kreeg even kippenvel toen ik het verhaal las dat me via de mail was toegestuurd. Wat mooi! Eigenlijk te mooi om waar te zijn. En dat is het ook. In werkelijkheid financieerde de latere arts zijn studie met de nalatenschap van een oom, is te lezen in een artikel in Medisch Contact. Er in staat verder: ‘Ook het feit dat Flemings antibioticum Churchill tijdens de oorlog redde toen hij aan een pneumonie leed, is niet waar. De premiers persoonlijke arts was Lord Moran, directeur van het St. Mary’s Hospital in Londen, het ziekenhuis waar Fleming zijn ontdekking deed. Hoewel Moran Fleming kende, gebruikte deze geen penicilline maar sulfonamide voor de behandeling van Churchill. De laatste schrijft dit zelf in zijn boek History of the second world war.’
Jammer, maar soms is een aangedikt verhaal gewoon net iets mooier dan de werkelijkheid.

Heerlijke herfst

zondag, 26 september 2010

Het fijne van een hond is dat je je huis uitgaat als je dat normaal zou laten. Bijvoorbeeld omdat het koud is, mistig en zondag. En je bed door die combinatie van factoren extra aantrekkelijk is. Vanochtend had ik Kuro-corvee. Dus stapte ik op mijn fiets richting het natuurgebied hier in de buurt met Kuro huppelend aan de lijn er naast. Wat kans herfst toch heerlijk zijn. Het gekwetter van koolmeesjes, de spinnenraggen met dauw, een roodborstje, een schichtige fazant en de bomen in mistflarden. Een mens zou er poƫtisch van worden. Het hoogtepunt was eigenlijk buiten het natuurgebied. Dat was de puppy-logee van de buren die blijkbaar achter ons aan was gerend. Zelfs toen hij piep-blafte zag ik hem nog niet; de cavia is bijna net zo groot. Inmiddels schijnt de zon en is de zondag al weer bijna voorbij. Maar van dit soort herfstweer hoop ik nog vaak te genieten!

Auw auw auw

zaterdag, 25 september 2010

Ik ben dol op flora en fauna, maar kan iemand mij uitleggen wat het nut van wespen is? Hommels en bijen bestuiven de boel nog, maar wespen zijn vooral irritant. Als je momenteel mensen neurotisch ziet zwaaien of panisch ziet wegrennen dan komt dat meestal door zo’n geel gestreept kreng. Het is er namelijk weer ‘tijd voor’. Gisteren was ik even in de tuin bezig met het onderhouden van de fauna. Oftewel, ik was zonnebloempitten in de voederbuizen voor de vogels aan het doen. Toen ik een streng met daaraan een appel wilde verhangen greep ik blijkbaar in een paar wespen tegelijk. Ik vermoed dat eentje me stak, maar dat was moeilijk te zeggen aangezien mijn pink opzwol tot formaat duim. Ik ben echt niet kleinzerig, maar allemachtig wat een gemene prikken zijn dat. Alsof er van binnen iets in brand staat. Ik was even niet zo dol op de flora en fauna en stampte alle wespen die met appel en al op de grond waren gevallen plat. Dus als wespen al ergens nuttig voor zijn; deze niet meer! Maar ik ben nog steeds benieuwd of ze ergens nuttig voor zijn. Wie?

Oneerlijk

dinsdag, 14 september 2010

Het regent als de telefoon gaat. Een goede vriendin met een vreselijke boodschap. Haar man kreeg ruim een jaar geleden te horen dat hij een hersentumor heeft. Na twee operaties, chemo’s, bestraling en alle bijbehorende ellende is het nu nog ‘misser’ dan het al was. De tumor leek drie maanden geleden nog onder controle maar is nu uitgezaaid. Ik hoor hoe ze huilt aan de andere kant van de telefoon en ik wil iets doen. Maar wat? Er slaat een soort verlamming toe. ‘Wat is de prognose, hoe is hij er onder, wat gaat er nu gebeuren?’ Ik stel ze maar het zijn zinloze vragen die er niet toe doen omdat het antwoord al bekend is. Begin 40, nog vol leven maar iets of iemand gunt dat je blijkbaar niet. Het leven is oneerlijk. En het herfstweer dat iets te vroeg is, is nu ineens toepasselijk op tijd. De natuur huilt en ik huil mee.

Gnatoloog

dinsdag, 7 september 2010

Het kraakt in mijn hoofd. Omdat ouderdom met gebreken schijnt te komen heb ik er lange tijd weinig aandacht aan besteed, maar het wordt steeds erger. En ik vond het steeds enger worden.
Het geluid komt vanuit mijn kaken die regelmatig op slot springen. Meestal duurt dat maar heel kort, soms blijven ze een paar dagen vastzitten. Het betekent dan dat ik mijn eten in kleine stukjes naar binnen moet duwen, niet erg charmant. De tandarts verwees me door naar een gnatoloog. Het zou zo een woord kunnen zijn uit Suske en Wiske of Donald Duck, maar het is geen grap. Met een enorme vragenlijst ging ik op pad. En met nog meer zenuwen, want een van de vragen was of ik al eens een spalk had gehad of dat er geslepen was in mijn mond. Of iets van die strekking. Bloederige taferelen drongen zich aan me op. Bij de gnatologe (er is uiteraard ook een vrouwelijke variant) was de angst al snel weg. Ze legde me uit waar knappende, krakende en schurende geluiden vandaan komen. Toen mocht ik op de stoel gaan zitten. Zo’n stoel die lekker zou zitten als hij niet bij de tandarts of aanverwante collega’s stond. Een blik in mijn mond en het vonnis was geveld: ‘Je zuigt je wangen naar binnen, je duwt je tong heel hard tegen je voortanden aan en je knarst.’ Niet overdag, dan heb ik daar natuurlijk helemaal geen tijd voor, maar ‘s nachts. De behandeling is nog minder charmant dan de kwaal; ik krijg een bit. Daar moet ik dan ‘s nachts mee slapen zodat ik al die dingen niet meer kan doen. Ik had nooit iets met paarden, nu dus wel. Hopen dat het helpt. En blij zijn met het feit dat niemand het kan zien…