Archief voor de ‘Overig’ categorie

Groot geheim

maandag, 8 november 2010

Veere heeft haar A-diploma! We zijn apetrots. Zij zou dat vast ook zijn. Als ze het wist. De zwemschool heeft namelijk een aparte strategie; de week voor het afzwemmen wordt een proef-examen gehouden. Het verhaal is dat er dan gekeken wordt of er een week later daadwerkelijk afgezwommen mag worden. Veere was vanaf les 1 niet bang voor het water, koppie onder vond ze prima en duiken deed ze als een zeehond, maar schoolzwemmen wilde maar niet lukken. Dus zat ik stik-zenuwachtig te kijken hoe madam op de kant stond te dansen en het water in dook. Om vervolgens met open mond te zien hoe ze heel kalm en keurig naar de overkant zwom. Ze kan het! Een week van te voren had ze het ineens door.  De opluchting was groot en die werd nog groter toen het zwem-opperhoofd kwam vertellen dat alle kindjes mogen afzwemmen. Om daarna in een adem door te melden dat ze ook allemaal geslaagd zijn. Hoera! Volgende week is alleen voor de vorm en om de diploma’s uit te delen. Slim, want zo zijn er geen kindjes die het verprutsen door de stress. Na A gaat ze gelijk door voor B. Heerlijk. Dat worden eindelijk vakanties zonder het gevoel constant het zwembad in de gaten te moeten houden. Maar dat blijft dus nog héél even… een groot geheim.

Gene zever

zaterdag, 6 november 2010

Kort geleden waren we een paar dagen in België. Net over de grens met regelmatig Nederlands telefoonbereik, maar toch, in België. Wat is dat toch een heerlijk land. Misschien zit het in de manier waarop er gesproken wordt, maar alles is er net wat gemoedelijker. Drank koop je bij de ‘Prik en tik’, patat bij het ‘friteskot’ en in de winkels word je uitermate vriendelijk begroet en behandeld. De campagneborden langs de weg heeft ook al zulke lieve boodschappen; koop maandverband om de vrouwen in Ghana te helpen en geef geld omdat Afrika sowieso te weinig heeft.
Maar we kregen ook een verrassing te zien; ‘Gene zever’, lazen we langs de weg. Gelukkig reden we niet te hard dus kon ik lezen waarover je dan niet mag zeveren.  Sinds 1 oktober wordt er gecontroleerd op drugsgebruik in het verkeer. Dat gebeurt ter plekke met een speekseltest. Daar zong het Goede Doel dan weer niet over. Maar toch; België is en blijft een leuk land. Zever of niet, ik ga er snel weer een keer naartoe!

Bilpijn

maandag, 11 oktober 2010

Ik wist niet eens meer dat ik hem heb, maar ik heb mijn bilspier verrekt. De rechter om precies te zijn. En dat betekent dat zowel mijn linker-als rechterbeen niet lekker meer werken. En dat allemaal door een onschuldig partijtje hockeyen.
Ik vond dat het tijd werd om weer eens wat te gaan bewegen. Nou zou ik makkelijk op de fiets naar mijn werk kunnen, maar vaak ga ik dan ervoor of erna nog even boodschappen doen, of ik moet om half 6 ‘s ochtends beginnen en dan heb ik echt geen zin om te gaan fietsen. Dus dan maar weer sporten. Een jaar of 25 geleden hing ik mijn stick in de wilgen (of ik heb hem opgebrand want ik kan hem nergens meer vinden), dus toog ik vanmiddag naar de sportwinkel voor een nieuwe. Jeetje. Waren die dingen vroeger van hout, nu zitten er wisselende  percentages carbon in en verschillende manieren om dat aan te duiden, ze hebben verschillende krommingen en ik had echt geen idee wat ik moest kiezen. De jongen van de winkel bood de uitkomst, hoewel  vragen als ‘speelt u op een waterveld?’ het niet echt makkelijker maakten. Bit erbij en scheenbeschermers en ik was klaar om te gaan. Welnu, alles past en de stick is prima. De lichamelijke conditie laat alleen te wensen over. Ik ben net zo stijf als mijn stick. Alleen is het bij mij over een paar dagen weer over. Hoop ik.

Dag lieve Vodje

vrijdag, 8 oktober 2010

Hij is er niet meer. Ik heb nog anderhalf jaar in de reservetijd van hem mogen genieten, maar gisteren moest ik Vodje laten gaan. Toen ik thuis kwam zat hij boven aan de trap op me te wachten. Hij zat onder het bloed. Na wat rondbellen zijn we in de auto gesprongen om naar de dierenarts te gaan en toen we in de auto zaten wist ik het al; deze keer gaat hij niet meer levend mee terug. De dokter was duidelijk; ze kon hem nog gaan onderzoeken en oplappen, maar dat zou niet in het belang van het beestje zijn geweest. Hij had waarschijnlijk een grote tumor in zijn buik, hij woog niks meer, had een hartruis en hij was nou eenmaal erg oud. Dus zaten we ineens in een klein kamertje om afscheid te nemen. En twee prikjes later was hij weg.
Mensen die niet zo veel met dieren hebben zullen het niet snappen, maar ik mis hem nu al. Vodje was altijd in de buurt. Aan het zeuren om eten, gezellig op schoot om mee te kijken naar de computer, op bed in mijn armen (mee-)slapend of gepikeerd tegen je neus aan het tikken als je niet wakker werd. Al mijn vriendjes heeft hij ‘overleefd’, hij is 6 keer mee verhuisd en hij was meer dan de helft van mijn leven mijn lievelings huisdier. Ik weet het; hij heeft een prachtig leven gehad, hij heeft niet geleden en het was beter zo. Maar wat doet het vreselijk pijn dat hij er nu niet meer is.

Appels en pe.. kastanjes

zondag, 3 oktober 2010

Voor sommige dingen ben je nooit te oud. Appels plukken en kastanjes rapen bijvoorbeeld. Vandaag was het mooi weer dus we besloten dat het een goed moment was om dit soort leuke dingen te gaan doen. Eerst een lekkere fiets-wandeling met Kuro door het park. Toen naar Panorama Mesdag en daarna door naar De Olmenhorst in Lisserbroek. Een prachtige boomgaard waar ik sinds ik er een uitzending gemaakt heb minstens een keer per seizoen kom. Helaas was heel Nederland van plan om leuke dingen te doen met het mooie weer, dus stonden de auto’s al rijen lang langs de weg toen we kwamen aanrijden. Even voelde ik de drang opkomen om te keren en terug naar huis te gaan, maar de appels lonkten te hard. Met 13 (!!) kilo kwamen we terug. Onderweg kwamen we nog een oude kastanjeboom tegen waardoor er nog zo’n 4 kilo aan kastanjes bij kwam. Een hele geslaagde zondag!

Te mooi om waar te zijn

maandag, 27 september 2010

Zijn naam was Fleming en hij was een arme Schotse boer. Op een dag hoorde de boer hulpgeroep uit een moeras. De boer rende er op af en trof in het moeras een doodsbange jongen aan, die inmiddels tot zijn middel in de blubber was weggezakt. Boer Fleming wist de jongen met een touw heelhuids uit het moeras te trekken en hem zo voor een waarschijnlijke dood te redden. De volgende dag klopte een deftig uitziende heer aan bij de boerderij van Fleming. Hij stelde zich voor als de vader van de jongen die de boer gered had. “Ik wil je een beloning geven”, zei de man. “Je hebt het leven van mijn zoon gered.” “Sorry, maar ik wil geen geld hebben”, antwoordde de boer. “U zou hetzelfde gedaan hebben.” Op dat moment kwam de zoon van de boer bij de deur staan. “Is dat jouw zoon?”, vroeg de deftige edelman. “Dan heb ik een goed voorstel. Laat mij het onderwijs van jouw zoon betalen. Ik zal ervoor zorgen dat hij hetzelfde onderwijs onderwijs krijgt, als mijn eigen zoon. Hij zal zonder twijfel opgroeien tot een man waar we allebei trots op kunnen zijn.” Aldus geschiedde. De zoon van boer Fleming kreeg onderwijs op de beste scholen en studeerde af aan de St. Mary’s Hospital Medical School in London. Later werd hij wereldwijd bekend als Sir Alexander Fleming, de ontdekker van penicilline. Jaren later werd de zoon van de edelman getroffen door longontsteking. Raad eens wat hem het leven redde? Penicilline. Wat was de naam van de edelman? Lord Randolph Churchill. Wat was de naam van zijn zoon? Sir Winston Churchill.
Ik kreeg even kippenvel toen ik het verhaal las dat me via de mail was toegestuurd. Wat mooi! Eigenlijk te mooi om waar te zijn. En dat is het ook. In werkelijkheid financieerde de latere arts zijn studie met de nalatenschap van een oom, is te lezen in een artikel in Medisch Contact. Er in staat verder: ‘Ook het feit dat Flemings antibioticum Churchill tijdens de oorlog redde toen hij aan een pneumonie leed, is niet waar. De premiers persoonlijke arts was Lord Moran, directeur van het St. Mary’s Hospital in Londen, het ziekenhuis waar Fleming zijn ontdekking deed. Hoewel Moran Fleming kende, gebruikte deze geen penicilline maar sulfonamide voor de behandeling van Churchill. De laatste schrijft dit zelf in zijn boek History of the second world war.’
Jammer, maar soms is een aangedikt verhaal gewoon net iets mooier dan de werkelijkheid.

Heerlijke herfst

zondag, 26 september 2010

Het fijne van een hond is dat je je huis uitgaat als je dat normaal zou laten. Bijvoorbeeld omdat het koud is, mistig en zondag. En je bed door die combinatie van factoren extra aantrekkelijk is. Vanochtend had ik Kuro-corvee. Dus stapte ik op mijn fiets richting het natuurgebied hier in de buurt met Kuro huppelend aan de lijn er naast. Wat kans herfst toch heerlijk zijn. Het gekwetter van koolmeesjes, de spinnenraggen met dauw, een roodborstje, een schichtige fazant en de bomen in mistflarden. Een mens zou er poëtisch van worden. Het hoogtepunt was eigenlijk buiten het natuurgebied. Dat was de puppy-logee van de buren die blijkbaar achter ons aan was gerend. Zelfs toen hij piep-blafte zag ik hem nog niet; de cavia is bijna net zo groot. Inmiddels schijnt de zon en is de zondag al weer bijna voorbij. Maar van dit soort herfstweer hoop ik nog vaak te genieten!

Auw auw auw

zaterdag, 25 september 2010

Ik ben dol op flora en fauna, maar kan iemand mij uitleggen wat het nut van wespen is? Hommels en bijen bestuiven de boel nog, maar wespen zijn vooral irritant. Als je momenteel mensen neurotisch ziet zwaaien of panisch ziet wegrennen dan komt dat meestal door zo’n geel gestreept kreng. Het is er namelijk weer ‘tijd voor’. Gisteren was ik even in de tuin bezig met het onderhouden van de fauna. Oftewel, ik was zonnebloempitten in de voederbuizen voor de vogels aan het doen. Toen ik een streng met daaraan een appel wilde verhangen greep ik blijkbaar in een paar wespen tegelijk. Ik vermoed dat eentje me stak, maar dat was moeilijk te zeggen aangezien mijn pink opzwol tot formaat duim. Ik ben echt niet kleinzerig, maar allemachtig wat een gemene prikken zijn dat. Alsof er van binnen iets in brand staat. Ik was even niet zo dol op de flora en fauna en stampte alle wespen die met appel en al op de grond waren gevallen plat. Dus als wespen al ergens nuttig voor zijn; deze niet meer! Maar ik ben nog steeds benieuwd of ze ergens nuttig voor zijn. Wie?

Oneerlijk

dinsdag, 14 september 2010

Het regent als de telefoon gaat. Een goede vriendin met een vreselijke boodschap. Haar man kreeg ruim een jaar geleden te horen dat hij een hersentumor heeft. Na twee operaties, chemo’s, bestraling en alle bijbehorende ellende is het nu nog ‘misser’ dan het al was. De tumor leek drie maanden geleden nog onder controle maar is nu uitgezaaid. Ik hoor hoe ze huilt aan de andere kant van de telefoon en ik wil iets doen. Maar wat? Er slaat een soort verlamming toe. ‘Wat is de prognose, hoe is hij er onder, wat gaat er nu gebeuren?’ Ik stel ze maar het zijn zinloze vragen die er niet toe doen omdat het antwoord al bekend is. Begin 40, nog vol leven maar iets of iemand gunt dat je blijkbaar niet. Het leven is oneerlijk. En het herfstweer dat iets te vroeg is, is nu ineens toepasselijk op tijd. De natuur huilt en ik huil mee.

Gnatoloog

dinsdag, 7 september 2010

Het kraakt in mijn hoofd. Omdat ouderdom met gebreken schijnt te komen heb ik er lange tijd weinig aandacht aan besteed, maar het wordt steeds erger. En ik vond het steeds enger worden.
Het geluid komt vanuit mijn kaken die regelmatig op slot springen. Meestal duurt dat maar heel kort, soms blijven ze een paar dagen vastzitten. Het betekent dan dat ik mijn eten in kleine stukjes naar binnen moet duwen, niet erg charmant. De tandarts verwees me door naar een gnatoloog. Het zou zo een woord kunnen zijn uit Suske en Wiske of Donald Duck, maar het is geen grap. Met een enorme vragenlijst ging ik op pad. En met nog meer zenuwen, want een van de vragen was of ik al eens een spalk had gehad of dat er geslepen was in mijn mond. Of iets van die strekking. Bloederige taferelen drongen zich aan me op. Bij de gnatologe (er is uiteraard ook een vrouwelijke variant) was de angst al snel weg. Ze legde me uit waar knappende, krakende en schurende geluiden vandaan komen. Toen mocht ik op de stoel gaan zitten. Zo’n stoel die lekker zou zitten als hij niet bij de tandarts of aanverwante collega’s stond. Een blik in mijn mond en het vonnis was geveld: ‘Je zuigt je wangen naar binnen, je duwt je tong heel hard tegen je voortanden aan en je knarst.’ Niet overdag, dan heb ik daar natuurlijk helemaal geen tijd voor, maar ‘s nachts. De behandeling is nog minder charmant dan de kwaal; ik krijg een bit. Daar moet ik dan ‘s nachts mee slapen zodat ik al die dingen niet meer kan doen. Ik had nooit iets met paarden, nu dus wel. Hopen dat het helpt. En blij zijn met het feit dat niemand het kan zien…