Gene zever

6 november 2010

Kort geleden waren we een paar dagen in België. Net over de grens met regelmatig Nederlands telefoonbereik, maar toch, in België. Wat is dat toch een heerlijk land. Misschien zit het in de manier waarop er gesproken wordt, maar alles is er net wat gemoedelijker. Drank koop je bij de ‘Prik en tik’, patat bij het ‘friteskot’ en in de winkels word je uitermate vriendelijk begroet en behandeld. De campagneborden langs de weg heeft ook al zulke lieve boodschappen; koop maandverband om de vrouwen in Ghana te helpen en geef geld omdat Afrika sowieso te weinig heeft.
Maar we kregen ook een verrassing te zien; ‘Gene zever’, lazen we langs de weg. Gelukkig reden we niet te hard dus kon ik lezen waarover je dan niet mag zeveren.  Sinds 1 oktober wordt er gecontroleerd op drugsgebruik in het verkeer. Dat gebeurt ter plekke met een speekseltest. Daar zong het Goede Doel dan weer niet over. Maar toch; België is en blijft een leuk land. Zever of niet, ik ga er snel weer een keer naartoe!

Bilpijn

11 oktober 2010

Ik wist niet eens meer dat ik hem heb, maar ik heb mijn bilspier verrekt. De rechter om precies te zijn. En dat betekent dat zowel mijn linker-als rechterbeen niet lekker meer werken. En dat allemaal door een onschuldig partijtje hockeyen.
Ik vond dat het tijd werd om weer eens wat te gaan bewegen. Nou zou ik makkelijk op de fiets naar mijn werk kunnen, maar vaak ga ik dan ervoor of erna nog even boodschappen doen, of ik moet om half 6 ‘s ochtends beginnen en dan heb ik echt geen zin om te gaan fietsen. Dus dan maar weer sporten. Een jaar of 25 geleden hing ik mijn stick in de wilgen (of ik heb hem opgebrand want ik kan hem nergens meer vinden), dus toog ik vanmiddag naar de sportwinkel voor een nieuwe. Jeetje. Waren die dingen vroeger van hout, nu zitten er wisselende  percentages carbon in en verschillende manieren om dat aan te duiden, ze hebben verschillende krommingen en ik had echt geen idee wat ik moest kiezen. De jongen van de winkel bood de uitkomst, hoewel  vragen als ‘speelt u op een waterveld?’ het niet echt makkelijker maakten. Bit erbij en scheenbeschermers en ik was klaar om te gaan. Welnu, alles past en de stick is prima. De lichamelijke conditie laat alleen te wensen over. Ik ben net zo stijf als mijn stick. Alleen is het bij mij over een paar dagen weer over. Hoop ik.

Dag lieve Vodje

8 oktober 2010

Hij is er niet meer. Ik heb nog anderhalf jaar in de reservetijd van hem mogen genieten, maar gisteren moest ik Vodje laten gaan. Toen ik thuis kwam zat hij boven aan de trap op me te wachten. Hij zat onder het bloed. Na wat rondbellen zijn we in de auto gesprongen om naar de dierenarts te gaan en toen we in de auto zaten wist ik het al; deze keer gaat hij niet meer levend mee terug. De dokter was duidelijk; ze kon hem nog gaan onderzoeken en oplappen, maar dat zou niet in het belang van het beestje zijn geweest. Hij had waarschijnlijk een grote tumor in zijn buik, hij woog niks meer, had een hartruis en hij was nou eenmaal erg oud. Dus zaten we ineens in een klein kamertje om afscheid te nemen. En twee prikjes later was hij weg.
Mensen die niet zo veel met dieren hebben zullen het niet snappen, maar ik mis hem nu al. Vodje was altijd in de buurt. Aan het zeuren om eten, gezellig op schoot om mee te kijken naar de computer, op bed in mijn armen (mee-)slapend of gepikeerd tegen je neus aan het tikken als je niet wakker werd. Al mijn vriendjes heeft hij ‘overleefd’, hij is 6 keer mee verhuisd en hij was meer dan de helft van mijn leven mijn lievelings huisdier. Ik weet het; hij heeft een prachtig leven gehad, hij heeft niet geleden en het was beter zo. Maar wat doet het vreselijk pijn dat hij er nu niet meer is.

Blijf van m’n lijf

5 oktober 2010

Na zo’n verhaal als het vorige heb ik natuurlijk wat uit te leggen. Misschien vertel ik het niet helemaal tot in de puntjes goed, maar ik zal mijn best doen.
Mama kreeg het echt voor elkaar de gekste blessures op te lopen. Een tennisarm van het breien, gebroken tenen door de arts (die ging hij namelijk recht zetten), gebroken arm door van de trap te vallen, heftige brandwonden van de acanthus in de tuin en ga zo maar door. De zwaarste verwonding liep ze op toen ze achteruit het kelderluik instapte. Ik geloof dat ze aan het bellen was en tegelijkertijd iets wilde doen in de garage. Papa was even iets aan het opbergen of juist tevoorschijn aan het halen onder de grond en zodoende kwam mama daar ook terecht. Ze brak haar schouderkop en kwam groen van de pijn in het ziekenhuis terecht. ‘Mevrouw, mankeert u wel vaker iets?’ vroeg een vriendelijke arts die haar apart nam. ‘Nee hoor’, beweerde mijn moeder gelijk. Zoals ik al zei, ze is een bikkel. ‘Weet u het zeker?’ ‘Ja hoor!’ beweerde ze weer. ‘Maar die brandwonden dan?’ ‘Oh, die waren van een plant’ ‘En die gebroken arm?’ ‘Ja, ik ben van de trap gevallen’. ‘En nu bent u… zegt u… in het kelderluik gevallen..?’ Ik denk dat de blik in de ogen van de beste man ineens het kwartje liet vallen. ‘Ik word niet mishandeld hoor!’ riep ze geschrokken. Ik bedenk me nu ineens dat dat wel de verklaring zou kunnen zijn waarom ze geen AED wil leren bedienen….

Ook hier weer een NB; dat was een -beetje vals- grapje. Mijn ouders houden heel veel van elkaar en geslagen is er bij ons thuis nooit.

Reanimatie

4 oktober 2010

Papa en mama (mijn ouders dus, ik praat alleen soms zo over mezelf als ik het tegen Veere heb) worden wat ouder. Daar merk je eigenlijk niet zo veel van, want zo lang als ik me kan herinneren werd er van alles gebroken (schouderkop, tenen), rechtgezet (andere tenen), doorgespoeld , geknikt, verrekt, geknakt, verwijderd en ga zo maar door. Zelfs zo vaak dat mama bijna door het maatschappelijk werk van een ziekenhuis naar een blijf-van-me-lijfhuis werd afgevoerd. Maar dat is een verhaal voor een andere keer. Er is dus sprake van algehele krakkemikkerigheid. Nou zijn ze ook echte Rotterdammers, dus als mensen aan me vragen hoe het met mijn ouders gaat dan roep ik altijd gelijk ‘goed!’ Niet dat het dan ook per se goed gaat, maar gewoon omdat ik ze nooit ergens over hoor. Het zijn echte bikkels.
Maar goed, papa en mama worden dus wat ouder. En de wijk waarin ze wonen veroudert mee, zowel huizen als bewoners. Dus werd besloten met de wijk een defibrillator te kopen, een AED. Voor wie die dingen niet kent; op tv zie je ze vaak in de operatiekamer gebruikt worden met van die handvatten om stroomstoten te geven. Het lichaam van de patient gaat dan een halve meter de lucht in waarna de acteur vaak spontaan weer tot leven komt. De AED’s die je tegenwoordig ook bij de Sligro en Blokker kunt kopen werken met plakkers en nee, als je een schok krijgt komt je lichaam niet omhoog. Nou praat zo’n apparaat je de hele procedure door, maar het is toch wel handig te weten waar je de plakkers moet plakken (niet op tepels!) en dat je beugel-bh’s bijvoorbeeld eerst moet verwijderen (idem, brandwonden). Dus moet de hele wijk op cursus. Papa gaat, mama heeft geen zin. Waarop mijn vader terecht opmerkte dat hij dus wel mijn moeder mag reanimeren maar dat zij hem gewoon de pijp uit laat gaan. Auw. Tijd voor een relatie-reanimatie!

nb Mama gaat uiteraard ook. Ze moest hard om zichzelf lachen toen ze papa’s samenvatting hoorde. Uit schaamte wel te verstaan. En omdat ze er gewoon helemaal niet bij had nagedacht.

Appels en pe.. kastanjes

3 oktober 2010

Voor sommige dingen ben je nooit te oud. Appels plukken en kastanjes rapen bijvoorbeeld. Vandaag was het mooi weer dus we besloten dat het een goed moment was om dit soort leuke dingen te gaan doen. Eerst een lekkere fiets-wandeling met Kuro door het park. Toen naar Panorama Mesdag en daarna door naar De Olmenhorst in Lisserbroek. Een prachtige boomgaard waar ik sinds ik er een uitzending gemaakt heb minstens een keer per seizoen kom. Helaas was heel Nederland van plan om leuke dingen te doen met het mooie weer, dus stonden de auto’s al rijen lang langs de weg toen we kwamen aanrijden. Even voelde ik de drang opkomen om te keren en terug naar huis te gaan, maar de appels lonkten te hard. Met 13 (!!) kilo kwamen we terug. Onderweg kwamen we nog een oude kastanjeboom tegen waardoor er nog zo’n 4 kilo aan kastanjes bij kwam. Een hele geslaagde zondag!

DDD

30 september 2010

De Drie Dwaze Dagen zijn begonnen in Den Haag. In de politiek, maar daar ga ik het maar niet over hebben, daar worden we nu al lang genoeg mee vermoeid. Nee, de DDD van de Bijenkorf. En daarvoor al het Prijzencircus bij V&D. Ik mijd deze winkels altijd met liefde, zeker tijdens dit soort ‘evenementen’, maar Veere wilde graag de stad in. Ook zij houdt niet van winkels en winkelen, maar ze wilde snot kopen. Ze is vandaag voor de vierde keer aan nieuwe buisjes geholpen, dus ik had haar beloofd dat we er daarna een beetje een feestdag van zouden maken. Zo’n narcose en niet mogen eten en drinken zijn immers alles behalve feest, dus dat moest daarna een beetje gecompenseerd worden. Snot (in onze tijd heette dat Silly Putty) moest het dus worden en ze wilde zelf de kleur uitkiezen. Geel. De kleur die sowieso door de hele stad te zien was aangezien de Bijenkorf-tasjes tijdens deze 3 dagen dezelfde kleur hebben. Ik heb het al eens eerder geschreven geloof ik; hoezo recessie?? Vreselijk die mensenmassa in een winkel en daarbuiten; het hele straatbeeld kleurde geel. Bij Bart Smit was het lekker rustig en ze hadden snot in alle kleuren van de regenboog. Geel is uiteraard de meest ‘natuurlijke’ kleur. Als je in de buurt van Tsjernobyl woont dan, want ik ben er van overtuigd dat het spul licht geeft in het donker. Veere lichtte er ook door op, dus het was het waard om ons toch even in de stad te wagen. En nu hopelijk nooit meer nieuwe buisjes.

Te mooi om waar te zijn

27 september 2010

Zijn naam was Fleming en hij was een arme Schotse boer. Op een dag hoorde de boer hulpgeroep uit een moeras. De boer rende er op af en trof in het moeras een doodsbange jongen aan, die inmiddels tot zijn middel in de blubber was weggezakt. Boer Fleming wist de jongen met een touw heelhuids uit het moeras te trekken en hem zo voor een waarschijnlijke dood te redden. De volgende dag klopte een deftig uitziende heer aan bij de boerderij van Fleming. Hij stelde zich voor als de vader van de jongen die de boer gered had. “Ik wil je een beloning geven”, zei de man. “Je hebt het leven van mijn zoon gered.” “Sorry, maar ik wil geen geld hebben”, antwoordde de boer. “U zou hetzelfde gedaan hebben.” Op dat moment kwam de zoon van de boer bij de deur staan. “Is dat jouw zoon?”, vroeg de deftige edelman. “Dan heb ik een goed voorstel. Laat mij het onderwijs van jouw zoon betalen. Ik zal ervoor zorgen dat hij hetzelfde onderwijs onderwijs krijgt, als mijn eigen zoon. Hij zal zonder twijfel opgroeien tot een man waar we allebei trots op kunnen zijn.” Aldus geschiedde. De zoon van boer Fleming kreeg onderwijs op de beste scholen en studeerde af aan de St. Mary’s Hospital Medical School in London. Later werd hij wereldwijd bekend als Sir Alexander Fleming, de ontdekker van penicilline. Jaren later werd de zoon van de edelman getroffen door longontsteking. Raad eens wat hem het leven redde? Penicilline. Wat was de naam van de edelman? Lord Randolph Churchill. Wat was de naam van zijn zoon? Sir Winston Churchill.
Ik kreeg even kippenvel toen ik het verhaal las dat me via de mail was toegestuurd. Wat mooi! Eigenlijk te mooi om waar te zijn. En dat is het ook. In werkelijkheid financieerde de latere arts zijn studie met de nalatenschap van een oom, is te lezen in een artikel in Medisch Contact. Er in staat verder: ‘Ook het feit dat Flemings antibioticum Churchill tijdens de oorlog redde toen hij aan een pneumonie leed, is niet waar. De premiers persoonlijke arts was Lord Moran, directeur van het St. Mary’s Hospital in Londen, het ziekenhuis waar Fleming zijn ontdekking deed. Hoewel Moran Fleming kende, gebruikte deze geen penicilline maar sulfonamide voor de behandeling van Churchill. De laatste schrijft dit zelf in zijn boek History of the second world war.’
Jammer, maar soms is een aangedikt verhaal gewoon net iets mooier dan de werkelijkheid.

Heerlijke herfst

26 september 2010

Het fijne van een hond is dat je je huis uitgaat als je dat normaal zou laten. Bijvoorbeeld omdat het koud is, mistig en zondag. En je bed door die combinatie van factoren extra aantrekkelijk is. Vanochtend had ik Kuro-corvee. Dus stapte ik op mijn fiets richting het natuurgebied hier in de buurt met Kuro huppelend aan de lijn er naast. Wat kans herfst toch heerlijk zijn. Het gekwetter van koolmeesjes, de spinnenraggen met dauw, een roodborstje, een schichtige fazant en de bomen in mistflarden. Een mens zou er poëtisch van worden. Het hoogtepunt was eigenlijk buiten het natuurgebied. Dat was de puppy-logee van de buren die blijkbaar achter ons aan was gerend. Zelfs toen hij piep-blafte zag ik hem nog niet; de cavia is bijna net zo groot. Inmiddels schijnt de zon en is de zondag al weer bijna voorbij. Maar van dit soort herfstweer hoop ik nog vaak te genieten!

Auw auw auw

25 september 2010

Ik ben dol op flora en fauna, maar kan iemand mij uitleggen wat het nut van wespen is? Hommels en bijen bestuiven de boel nog, maar wespen zijn vooral irritant. Als je momenteel mensen neurotisch ziet zwaaien of panisch ziet wegrennen dan komt dat meestal door zo’n geel gestreept kreng. Het is er namelijk weer ‘tijd voor’. Gisteren was ik even in de tuin bezig met het onderhouden van de fauna. Oftewel, ik was zonnebloempitten in de voederbuizen voor de vogels aan het doen. Toen ik een streng met daaraan een appel wilde verhangen greep ik blijkbaar in een paar wespen tegelijk. Ik vermoed dat eentje me stak, maar dat was moeilijk te zeggen aangezien mijn pink opzwol tot formaat duim. Ik ben echt niet kleinzerig, maar allemachtig wat een gemene prikken zijn dat. Alsof er van binnen iets in brand staat. Ik was even niet zo dol op de flora en fauna en stampte alle wespen die met appel en al op de grond waren gevallen plat. Dus als wespen al ergens nuttig voor zijn; deze niet meer! Maar ik ben nog steeds benieuwd of ze ergens nuttig voor zijn. Wie?