Ehh…?
5 september 2009‘Een pond veren kan niet vliegen als er geen vogel in zit’.
Een uitspraak van Bert Schierbeek. Ik vind hem erg leuk en soms denk ik dat ik hem snap. Of toch niet?
‘Een pond veren kan niet vliegen als er geen vogel in zit’.
Een uitspraak van Bert Schierbeek. Ik vind hem erg leuk en soms denk ik dat ik hem snap. Of toch niet?




Ik heb niet het idee dat ik knap ben en de ideale maten voor een model heb ik al helemaal niet. Maar dat neemt niet weg dat het erg leuk is om eens een keer voor de camera te staan en te doen alsof. Zie hier een paar van de foto’s die fotograaf Menno Stassen van me heeft gemaakt. Het was een gezellige middag. En mocht ik ooit doorbreken als internationaal model dan horen jullie het uiteraard als eerste. Haha!
Heel af en toe trakteer ik Veere op de patat uit de ‘patatjeswinkel’ (klinkt toch een stuk leuker dan de snackbar). Dat vindt ze al een feest, maar het wordt nog leuker als we ze niet mee nemen maar ter plekke op eten. Na een uur hard werken in het schooltuintje besloot ik dat we onszelf wel weer een keertje mochten verwennen. Toen we eenmaal aan een tafeltje zaten te wachten bekende Veere dat ze toch wel erg graag met me wil trouwen. “Nou, dan doen we dat toch”, zei ik. De paashaas en de tandenfee gaan me te ver, maar als je 5 bent mag je van mij geloven in Sinterklaas en ook in trouwen met je eigen ouders.
“Krijgen we dan ook een kindje?” Eh, nou nee, dat niet. “Waarom niet?” Poeh, biologieles in de snackbar. Na een voorzichtig verhaal over verschillende geslachtsdelen ging ze met haar kaassoufle zitten spelen. “Snap je wat ik je heb uitgelegd?” vroeg ik. Als je een pedagogisch moment hebt wil je het natuurlijk wel goed doen. “Ja hoor, als een jongen en een meisje elkaar tegen komen dan krijg je een kindje”. Dat was wel een heel erg eenvoudige weergave van mijn verhaal. Tegen de tijd dat ik een bekentenis ga afleggen over de Sint zal ik het nog maar een keer proberen…
Je moet eerst thuis komen om de deur voor een ander open te kunnen doen
Margo en ik stapten net op de fiets om even Veere’s schooltuintje bij te werken toen ik een kat zag lopen met een vogel in zijn bek. Een jonge merel die aan een vleugel bungelde en angstig piepte. Ik sprong van mijn fiets af en zette de achtervolging in. Met succes, want de kat liet de vogel los. Helaas fladderde de merel niet ver genoeg weg. En voor ik het beestje te pakken kreeg had de kat hem al weer te pakken. Opnieuw er achteraan. Tuin in tuin uit, volgende tuin in, uiteindelijk onder de struiken en jawel, ik had de vogel. Het beestje zag er nog goed uit. Geen zichtbare beschadigingen, dus snel naar huis om hem even in een doos tot rust te laten komen, dan konden we hem na ons bezoek aan het tuintje weg brengen naar de vogelopvang.
Het mocht niet zo zijn. Op het moment dat ik de voortuin in liep begon de merel als een bezetene de spartelen. Een laatste stuiptrekking. Daarna liet hij zijn kopje hangen. Balen, het gaat toch al zo beroerd met de vogels in Nederland.
Gelukkig konden we even onze zinnen verzetten in het tuintje. Margo plukte bonen, ik schoffelde het pad. Margo plukte bloemen, ik trok onkruid. Genieten op een paar vierkante meter grond. Wat leuk om te zien hoe alles gegroeid is vanuit wat zaadjes. En wat heerlijk om iets te plukken en een uurtje later te kunnen eten. De vogel was even vergeten. Tot er een kat voorbij rende met een mol in zijn bek. Deze hing zo slap, daar ben ik maar niet meer achter aan gegaan. De natuur is mooi. Maar wel wreed.

Noem het een latente kinderwens, een verborgen verlangen naar mijn jeugd of gewoon idioot, maar ik heb een wandelwagen gekocht! Ik zag ‘m en was verliefd. En Veere past er achter, beargumenteerde ik voor mezelf. Prachtig speelgoed dus. Maar als ik heel eerlijk ben moet ik bekennen dat zij er niet veel aan vindt. Ik verkoop nog al eens iets op Marktplaats, dus madame verkondigde ‘dat ik hem maar moest verkopen’. Mooi niet! Hij staat nu in een hoek in de kamer. Binnenkort ga ik hem oppoetsen. En er een leuk dekentje in leggen. En wie weet zelfs wel een mooie babypop. Oke, misschien is het toch een heimelijk verlangen naar mijn jonge(re) jaren. Maar is ‘ie niet prachtig?
Voor alles is een keer de eerste keer. Ik ontving in mijn vakantie een brief met daarin Mijn Eerste Bekeuring. Da’s geen leuke eerste. Ik weet precies waar en wanneer ‘het’ gebeurd is. Ik was onderweg naar Wateringen voor een live-uitzending. Een beetje gestresst omdat die dag bekend gemaakt werd dat mijn radioprogamma Roukost wordt opgeheven. Bovendien kende ik de weg niet en mijn tomtom was leeg. Mijn autolader bleek kapot. Ik kon een navigatiesysteem lenen, maar ook dat ding was bijna op. Murphy’s law noemen ze dat. Ik reed dus lekker door, met 1 oog op dat ding in de hoop dat ik de eindbestemming zou halen voor hij de geest zou geven. En zo krijg je de verkeerde snelheid op het verkeerde moment bij de verkeerde flitspaal. Namelijk een die werkt. Dat leverde een rekening op van 46 euro. Zonde. Maar als ik het uit smeer over de 18 jaar dat ik mijn rijbewijs heb is het nog niet eens zo slecht. Op naar de volgende 18 schade- en bekeuringsvrije jaren!
Veel mensen vinden het idee van een hond in huis een gruwel. Niet zozeer om de haren, overig vuil en de geur (terwijl in de praktijk dat juist de echte nadelen zijn), maar om het verplichte uitlaten. Dat vind ik dan wel fijn, weer of geen weer. Je hebt beweging, komt in gesprek met onbekenden en je ziet nog eens wat. Leuke bootjes, kwakende eendjes, mooie rozen, heftige ruzies… Bij mijn avondrondje stuitte ik op een wat ouder stel (ik gok halverwege de 50) dat enorm tegen elkaar tekeer ging. Hij maakte haar uit voor alles wat lelijk was, zij riep dat hij maar moest gaan plassen (??). Daar sta je dan. Ik neem bewust altijd mijn telefoon mee, maar wanneer heb je reden genoeg om 112 te bellen? Op het moment dat de vrouw in haar auto stapte verkleinde ik mijn afstand en liep door richting het stel. Dat was namelijk de enige logische richting; omkeren vond ik laf. Ik was iets te optimistisch. De man liep naar de auto, begon opnieuw te schelden en gaf een rotklap op de wagen. Daarna trok hij de deur open. Ik trok mijn telefoon. Maar gelukkig droop hij na nog een scheldkannonade af. En ook al was het ruim na 11 uur, hij bleef schelden op dat ‘pokkewijf’. We liepen op de stoepen aan weerszijden van de straat gelijk op. Daarna ging hij terug om te kijken of de vrouw echt weg was. Even later kwam ik haar een straat verderop in haar auto tegen. Ze leek op zoek naar een plek om te parkeren. Ik heb de dag er na gelukkig geen verontrustende berichten gehoord over mishandeling in de buurt, maar dit soort wandelingen mis ik graag. Krijgen de wandeling/honden-haters toch nog een klein beetje gelijk.

Kuro gefotografeerd door Veere
Ik heb al eerder geschreven over mijn ervaringen als BHV’er (bedrijfshulpverlener). Kort geleden mocht ik de stof weer eens herhalen. Dat is een jaarlijkse verplichting om je BHV-schap te behouden.
In een pand op een bedrijventerrein in Ypenburg ga je dan ouderwets in de schoolbanken en mag je eerste hulp verlenen aan poppen die nooit te redden zouden zijn geweest als ze echt waren. Toch moet je zo overtuigend mogelijk aan de schouders van zo’n ledemaat-loze pop schudden en ‘omstanders’ aanhouden om om hulp te vragen. Dit gedeelte is niet echt favoriet bij mij. Het brandjes blussen daarentegen is dat wel. Eerst een opfris-verhaal met bijbehorende video, dan de simulatie. Je wordt daarvoor met een ploegje een nep-gebouw in gestuurd met een heleboel kamers. Dat gebeurt in teams waarbij een leider de rollen moet verdelen. Dat werkt dus voor geen meter. Ik was weliswaar niet de leidinggevende, ik zag wel de sticker met ‘ziekenhuis’ boven een deur, waardoor we als eerste twee patienten konden redden. Daarna stelselmatig alle kamers afwerken. Intuitief kreeg ik met een speciale liftsleutel een liftdeur open met daar achter een gillend slachtoffer. Ik was op dreef!
Het leukste wordt voor het laatst bewaard; echt vuur. Ook hier werk je in teams en ook hier werkt dat niet altijd even soepel. Mensen die kaarsrecht naar een vuur lopen, zich vervolgens omdraaien en weer naar buiten gaan met hun rug naar de brandhaard, mensen die geen reserveblussers paraat houden en ga zo maar door. Deze vrouwelijke Bruce Willis zou dat wel even anders doen! Toen ik met mijn maatje aan de beurt was sleepte ik met 1 hand een slachtoffer weg bij het vuur, bluste en passant een brandende ton, deed het gas uit onder een vlam in de pan en bluste aansluitend ook nog even de brandende afzuigkap. Ik zei het al; ik was op dreef! Tot de instructeur naar me toe kwam en me door elkaar schudde. ‘Wat sta je nou te trillen?!’ vroeg hij lachend. Juist. Bruce Willis kan vast ongestraft een brand in een apparaat blussen met water, in het echte leven word je dan zelf gefrituurd. Hoogmoed komt voor de val zeggen ze terecht. Weer wat geleerd. Nou maar hopen dat mijn pc nooit in brand vliegt!

Oei, zo lang niets geschreven… Even een korte zonder al te veel toelichting. Aan het werk tijdens het varend corso door het Westland voor het radioprogramma Ik hou van Holland. Ruim 60 boten die voorbij varen met daarop zingende en dansende mensen. En niet te vergeten massa’s groenten, fruit en bloemen. Toepasselijker kan de omgeving niet zijn voor een programma met deze naam!
